Maandag ging ik werken aan een vertaling van mijn presentatie. Een presentatie net buiten mijn vakgebied. Maar inmiddels zit ik zo in de materie dat het welhaast mijn nevenvakgebied is geworden. Ik ging ervoor zitten. Het verhaal zit stevig in mijn kop: dat moet lukken, dacht ik kort door de bocht.
Maar zo werkt het niet, daar kwam ik snel achter. Op mijn vakgebied ben ik in het Engels bijna een
native speaker als het gaat om het jargon...en...dat geldt voor mijn nevenvakgebied dus niet. In het
Engrish erover praten kan ik wel, maar op de sheets zet je steekwoorden, jargon. En ik bleek nagenoeg elke specialistische term op te moeten zoeken in het woordenboek. En als het daar niet in stond, moest ik zoeken in de literatuur. Ik zegde al mijn afspraken af en vertaalde sheet na sheet.
Engrish werd langzaam
English.
Dinsdag kwam ik op werk en ik zag een beetje groen. Mijn stem begon het af te laten weten. Mijn mannelijke collega's vonden me vast reuze charmant met zwoele stem, maar ik voelde me rotter en rotter. Maar ik kon niet ziek naar huis want die verhipte presentie moest af: woensdag zou het uur U zijn. Uiteindelijk ben ik iets eerder weggegaan om ervoor te zorgen dat ik de volgende dag enigszins fit zou zijn. Voordat ik ziek neerplofte heb ik nog wel even mijn nieuwe brilletje gehaald.
Woensdag ging de Brandmeester naar werk. Ik stoomde drie Daltons klaar. Maar ineens begint Draeckensteijn onbedaarlijk te huilen. Huilen met heel veel verdriet. Hé, wat is er, zeg ik en ik storm op hem af. Hij moet zo hard huilen en snikken dat hij niet uit zijn woorden komt, hij wrijft met zijn knuistjes in zijn ogen. "Ik wil niet naar de crèche!", het kwam zomaar
out of the blue. Ik vermande me en troostte de traantjes zo goed als ik kon. Ik zette Wijze en Middenvelder af op de plusgroep en een intens verdrietige Draeckensteijn af op de crèche. Op weg naar werk begonnen de zenuwen zich te manifesteren, evenals mijn virussen.
De adrenaline houdt me overeind en ik geef mijn presentatie aan het internationale gezelschap. Het ging als een tierelier. Ik krijg een "goed gedaan jochie" van mijn baas, van zijn bovenbaas èn van de bovenste baas. Ik nam de complimenten in mij op (YESSSS!!) en excuseerde me toen ik echt niet meer kon blijven: ik heb een Draeckensteijn op te halen.
Ik arriveer bij de crèche en tref daar een Draeckensteijn aan die volkomen overstuur is. Wat bleek: Een papa had zojuist zijn kindje opgehaald met als gevolg dat er, op mijn Dalton na, alleen maar kleintjes overbleven. Draeckensteijn had volkomen overstuur gehuild: "Ik wil naar huis, ik wil niet met de baby's spelen!" 's Avonds thuis had hij het er nog over: hij wil niet meer naar de crèche.
Het worden nog een paar hele lange maanden voordat hij in augustus vier jaar wordt. Ik moet hier iets op gaan verzinnen, want ik zit niet lekker overdag als ik weet dat mijn mannetje ergens anders verdrietig is en alles behalve zijn eigen Draeckensteijnige zelf is.
Donderdag heb ik niet meegekregen. Ik lag de hele dag op bed waarvan de meeste uren slapend.
Vrijdag heb ik niet meegekregen. Ik lag de hele dag op bed waarvan de meeste uren slapend.
Zaterdag krijg ik half mee. Ik lig op bed en lig een beetje te loggen. De Brandmeester is op werk, Middenvelder is bij Kind Aan Huis (hetgeen hemzelf ook Kind Aan Ander Huis maakt) en Opa Repel wordt beneden gesloopt door mijn twee jongste Daltons. Vanavond hoef ik pas aan de bak: moederen en eten maken en Daltons op bed leggen en zo. Ik denk dat ik gelijk met de Middenvelder naar bed ga. Als hij überhaupt thuiskomt vanavond en geen Kind Aan Ander Huis blijft voorlopig.